kunstrecht

auteursrecht

leasing

financiering

kunstwerk

contracten

vennootschapsrecht

beleggingsinstrument

authenticiteit

provenance

vereniging zonder winstoogmerk

bruikleen

kunstgalerie

museum

kunstenaar

art lending

art finance

leasing

artlaw

copyright

corporate

security

authenticity

provenance

not-for-profit

artwork

contracts

consigment

art dealer

museum

artist

Oliver Lenaerts

kunstrecht

auteursrecht

leasing

financiering

kunstwerk

contracten

vennootschapsrecht

beleggingsinstrument

authenticiteit

provenance

vereniging zonder winstoogmerk

bruikleen

kunstgalerie

museum

kunstenaar

art lending

art finance

leasing

artlaw

copyright

corporate

security

authenticity

provenance

not-for-profit

artwork

contracts

consigment

art dealer

museum

artist

Oliver Lenaerts

kunstrecht

auteursrecht

leasing

financiering

kunstwerk

contracten

vennootschapsrecht

beleggingsinstrument

authenticiteit

provenance

vereniging zonder winstoogmerk

bruikleen

kunstgalerie

museum

kunstenaar

art lending

art finance

leasing

artlaw

copyright

corporate

security

authenticity

provenance

not-for-profit

artwork

contracts

consigment

art dealer

museum

artist

Oliver Lenaerts

kunstrecht, auteursrecht, leasing, financiering, kunstwerk, contracten, vennootschapsrecht, beleggingsinstrument, authenticiteit, provenance, vereniging zonder winstoogmerk, bruikleen, kunstgalerie, museum, kunstenaar, art lending, art finance, leasing, artlaw, copyright, corporate, security, authenticity, provenance, not-for-profit, artwork, contracts, consigment, art dealer, museum, artist

kunstrecht, auteursrecht, leasing, financiering, kunstwerk, contracten, vennootschapsrecht, beleggingsinstrument, authenticiteit, provenance, vereniging zonder winstoogmerk, bruikleen, kunstgalerie, museum, kunstenaar, art lending, art finance, leasing, artlaw, copyright, corporate, security, authenticity, provenance, not-for-profit, artwork, contracts, consigment, art dealer, museum, artist

kunstrecht, auteursrecht, leasing, financiering, kunstwerk, contracten, vennootschapsrecht, beleggingsinstrument, authenticiteit, provenance, vereniging zonder winstoogmerk, bruikleen, kunstgalerie, museum, kunstenaar, art lending, art finance, leasing, artlaw, copyright, corporate, security, authenticity, provenance, not-for-profit, artwork, contracts, consigment, art dealer, museum, artist

kunstrecht, auteursrecht, leasing, financiering, kunstwerk, contracten, vennootschapsrecht, beleggingsinstrument, authenticiteit, provenance, vereniging zonder winstoogmerk, bruikleen, kunstgalerie, museum, kunstenaar, art lending, art finance, leasing, artlaw, copyright, corporate, security, authenticity, provenance, not-for-profit, artwork, contracts, consigment, art dealer, museum, artist

De toepassing van IP rechten op restauraties: een juridische verkenning

Voor de tentoonstelling “een optische revolutie’ reisde de helft van het oeuvre van Vlaamse Meester Jan van Eyck naar het MSK Gent. Het gerestaureerde Lam Gods was het vlaggenschip van de expo.  De restauratie van het Lam Gods was het voorwerp van jarenlang wetenschappelijk onderzoek en analyse van het schilderij.  In die context, rijzen onvermijdelijk ook juridische vragen meer bepaald rond auteursrechten.

Een kunstenaar stopt zijn hart en ziel in een kunstwerk. In juridisch jargon heet dit dat het kunstwerk “de sporen draagt van een eigen intellectuele activiteit in zodanige vorm veruitwendigt dat men er de persoonlijke stempel van de maker kan in zien”. Dat zijn de voorwaarden voor een kunstenaar om aanspraak te maken op auteursrechtelijke bescherming. Welnu, als je een restauratie dan beschouwt als een handeling die als doel heeft de ziel van het kunstwerk terug tot leven te wekken, lijkt dit intuïtief niet te wijzen op een conflict met de auteursrechten van de kunstenaar: dat de restaurateur een intellectuele inspanning levert, tot daar aan toe, maar dat het gerestaureerde kunstwerk ook zijn ‘persoonlijke stempel’ draagt lijkt minder evident. Die instrumentele benadering van de opdracht van de restaurateur kan nog best samengevat worden via de anekdote van de chirurg en de restaurateur. Een restaurateur en een chirurg bespraken het falen en succes in hun respectievelijke beroepen. De restaurateur komt tot het besluit dat de chirurg zich in een veel betere positie bevindt. Waarom, vraagt de chirurg. Waarop de restaurateur antwoordt: als jij een fout begaat, belandt die twee meter onder de grond.  Als ik, daarentegen, een verkeerde behandeling uitvoer, wordt die publiek tentoongesteld en blijft ze het voorwerp van spot gedurende vele jaren daarop. Met andere woorden, als een restaurateur succesvol is in de uitvoering van zijn opdracht, zal niemand het werk van de restaurateur herkennen. Daarmee is dan toch meteen gezegd dat hij ook geen recht kan hebben op auteursrechten. Of toch niet ?

De beantwoording van die vraag, hangt af van de soort van tussenkomst van de restaurateur. De aard van de tussenkomst van de restaurateur hangt, op zijn beurt, af van de karakteristieken van het betrokken kunstwerk. Een herstelling van een vinger van een standbeeld is duidelijk te onderscheiden van de herstellingen aan een 16e_eeuws kunstwerk die enkel onder ultraviolet licht kunnen onderscheiden worden van de originele delen van het kunstwerk. In die ambigue sfeer, kunnen volgende gradaties van tussenkomsten onderscheiden worden en kan een nieuw redeneerpatroon tot wasdom komen: een interpretatieve invalshoek die komt tot een genuanceerdere invulling van de toekenning van auteursrechten aan restaurateurs.

Niet elke vorm van restauratie is echter relevant voor auteursrechtelijke doeleinden. Het behandelen tegen scheuren of het verwijderen van schimmels zijn niet relevant. Alhoewel een werk slechts auteursrechtelijk beschermd is als het uitgedrukt is in een bepaald vorm (bijvoorbeeld op een canvas), is het niet zo dat de beschermingsmaatregelen om het canvas of papier in ere te houden, beschermd worden. Die dragers worden beschermd door het eigendomsrecht.

De vraag die hier in feite aan de orde is, is of het artistiek kopiëren van oorspronkelijke stukken van het kunstwerk, ook op juridisch vlak als een kopie moet worden beschouwd dan wel of er eerder sprake is van enige vorm van ‘originaliteit’ in hoofde van de restaurateur die, op zijn beurt, aanleiding moet geven tot auteursrechtelijke bescherming. Het gaat dan om de vraag of de herstelling van een kunstwerk waarvan de contouren van het te herstellen fragment nog zichtbaar zijn in het oorspronkelijke kunstwerk of een herstelling zonder dat er een oorspronkelijk overblijfsel of fragment op het canvas zichtbaar is dat de juiste vorm aanduidt en een autoritaire basis kan vormen voor de herstelling, aanleiding kan geven tot auteursrechten in hoofde van de restaurateur.

Het standpunt van de vakjurist

De basisregel in het auteursrecht is dat het werken beschermt die een concrete vorm hebben en origineel zijn. Het belangrijkste pijnpunt in die juridische analyse is de vereiste van ‘originaliteit’. Voor de volgelingen van de anekdote van de chirurg en restaurateur, lijkt de essentie van een restauratie in ieder geval te zijn dat ze niet bedoeld is om origineel te zijn. De voornaamste bekommernis lijkt dan op het eerste zicht om de geest en stijl van het oorspronkelijke werk zo getrouw mogelijk weer te geven zodat er nauwelijks een onderscheid te zien is tussen het oorspronkelijke en de gerestaureerde delen.  De meeste beroepsorganisaties gaan uit van drie grote principes: reversibiliteit, herkenbaarheid en minimale ingreep van de restauratie. Die criteria lijken aan te tonen dat de restaurateur aan beeldrecyclage moet doen en zijn eigen ingrepen ondergeschikt moeten gehouden worden aan de historische materie: de nadruk ligt eerder op de component conservatie dan restauratie. De vraag is dan of er een regelrechte lijn is tussen de richtlijnen van Belgische en Europese beroepsfederaties voor restauratoren en het auteursrecht of dat er nog iets anders meespeelt.

De invulling van de notie ‘intellectuele inspanning’ is niet zo moeilijk: aan elke restauratie ligt een plan aanpak ten grondslag (studies, dossiers, schetsen, enz.) die als doel hebben een kader te schetsen voor de restauratie. Zelfs als er wordt gewerkt op basis van een herstelling die nauw aansluit bij de historische werkelijkheid, is daar een intellectuele oefening aan voorafgegaan. De invulling van het begrip ‘persoonlijke stempel’ hangt samen met de mate waarin de concrete handeling van de restaurateur een individuele ingreep uitstraalt. Naast een intellectuele input, is er ook een concrete individuele output nodig.  Voor de aanhangers van de instrumentele visie – voor wie het ultieme doel van een restauratie toch meestal is om het originele kunstwerk opnieuw tot leven te wekken door het zo getrouw mogelijk kopiëren van het oorspronkelijk idee – is dit problematisch omdat de kopie voor hen mijlenver afstaat van de notie originaliteit uit het auteursrecht. Die redenering negeert echter het feit dat iets als een artistieke kopie kan beschouwd worden en tegelijk door het recht als origineel kan beschouwd worden. Dat de meeste beroepsvoorschriften voorschrijven dat elke individuele ingreep ondergeschikt moet zijn aan het historisch belang is daarom geen beletsel voor auteursrechtelijke bescherming.  Het resultaat van het merendeel van de restauraties wordt immers niet uitsluitend bepaald door omstandigheden die onafhankelijk zijn aan de individuele inbreng van de restaurateur. In andere woorden, de ethische codes bieden slechts de contouren aan waarbinnen de restaurateur moet handelen: elke restaurateur zal beslissingen moeten nemen over het al dan niet reconstrueren van verloren gegane verffragmenten, de keuze om een paneel geheel of gedeeltelijk op te kuisen of de beslissing om voor een bepaalde vernislaag te kiezen of die juist te verwijderen. Het zou getuigen van zottigheid om te beweren dat de oplossingen die uiteindelijk worden gekozen iets anders zijn dan individuele of subjectieve keuzes. Er is met andere woorden altijd een marge waarbinnen restaurateurs van mening kunnen verschillen: door iets te doen of net niet te doen kan de restaurateur ingrijpen in de zichtbare geschiedenis van een kunstwerk.  Zelfs als het resultaat een zo getrouw mogelijke weergave van het oorspronkelijke werk moet zijn van, heeft het argument dat er juridisch toch sprake zijn van auteursrechtelijke bescherming zeker enige verdienste. Uit de restauratie van het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck, bleek duidelijk dat er in het verleden niet zo nauw werd gekeken op een zo getrouw mogelijke weergave – de tijdsgeest bepaalt mee de klemtoon die gelegd wordt (eerder conserveren dan wel restaureren). De relatie die vroegere restaurateurs met het Lam Gods hadden, verschilt duidelijk van de aanpak die door beroepsfederaties vandaag wordt voorgeschreven (zie, blik van het schaap). En misschien dat de toekomstige generatie restaurateurs de hedendaagse aanpak, op zijn beurt, kritisch in vraag stelt. Met andere woorden, alleen als beroepsfederaties de creatieve vrijheid volledig inperken, kan de toepassing van de auteurswet belet worden, maar dan mag er wel geen enkele ruimte gelaten worden voor enige creatieve vrijheid. En dat lijkt toch niet de algemeen gedragen ambitie van de hedendaagse ethische codes van de beroepsfederaties te zijn.  

Close Menu